ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0337
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake premieverhoging zorgverzekeringen na invoering Zorgverzekeringswet
De zaak betreft een kort geding aangespannen door drie Nederlandse verzekerden woonachtig in het buitenland tegen drie zorgverzekeraars over de premies die sinds de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2006 in rekening zijn gebracht. De eisers stelden dat zij geconfronteerd werden met aanzienlijk hogere premies dan voorheen.
In een tussenvonnis van 30 december 2005 werd reeds bepaald dat er geen reden was om de nieuwe wetgeving buiten toepassing te laten en dat de verzekeraars nadere informatie moesten verschaffen over premiestelling en dekking van 2003 tot 2006. Na het verstrekken van deze informatie en aangepaste voorstellen door de verzekeraars, heeft de rechtbank beoordeeld of deze aanbiedingen onaanvaardbaar zijn volgens redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank concludeert dat hoewel de premies hoger zijn, dit niet in die mate is dat sprake is van onaanvaardbaarheid. Er is tevens aandacht besteed aan de dekking, waarbij onder meer is vastgesteld dat aanvullende verzekeringen bovenop het woonlandpakket mogelijk zijn en dat verzekeraars een welwillende uitleg van de voorwaarden zullen hanteren. De vorderingen worden afgewezen en elke partij draagt haar eigen kosten.
Uitkomst: De vorderingen van de verzekerden worden afgewezen en elke partij draagt haar eigen kosten.