ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0734
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opvang en voorzieningen na uitgeprocedeerde asielaanvraag met medische gronden
Verzoeker, een asielzoeker uit Sri Lanka, heeft na afwijzing van zijn asielaanvraag en beëindiging van opvangvoorzieningen een verzoek ingediend om heropname in opvang vanwege zijn medische situatie met een kunsthartklep en noodzakelijke medische zorg.
De rechtbank beoordeelde dat de wettelijke regeling (Rva 2005) en Richtlijn 2003/9/EG het mogelijk maken om opvang te weigeren bij herhaalde asielaanvragen, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden zoals acute medische noodsituaties. Verzoeker heeft geen acute noodsituatie kunnen aantonen, hoewel hij recht heeft op medisch noodzakelijke zorg volgens artikel 10, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat de medische zorg voor verzoeker adequaat is gewaarborgd via bestaande regelingen zoals het Koppelingsfonds en dat het ontbreken van opvang geen belemmering vormt voor voortzetting van de noodzakelijke behandeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat geen acute medische noodsituatie is vastgesteld en de opvangweigering rechtmatig is.