ECLI:NL:RBSGR:2006:AV1006
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- H. Gorter
- J. Ebbens
- P.A. Buijs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring op detentieboot in vreemdelingenrechtelijke procedure
Eiser verbleef langer dan zes maanden op een detentieboot in afwachting van uitzetting en verzocht om opheffing van de maatregel van bewaring. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is om te toetsen of de aanwijzing van de detentieboot als huis van bewaring voldoet aan de wettelijke vereisten en of het regime passend is.
De rechtbank stelde vast dat de detentieboot voldoet aan de wettelijke eisen en dat de stellingen van eiser over de kwaliteit van het verblijf onvoldoende waren onderbouwd. Ook het beroep op artikel 5.4 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en de klachtenprocedure volgens artikel 5, vierde lid, EVRM slaagden niet.
Verder overwoog de rechtbank dat er nog voldoende zicht op uitzetting bestaat en dat de bewaring ondanks de duur gerechtvaardigd blijft, mede omdat eiser het onderzoek naar zijn identiteit frustreert. Het belang van eiser om in vrijheid gesteld te worden weegt na zes maanden zwaarder, maar de omstandigheden in deze zaak rechtvaardigen voortzetting.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring op de detentieboot wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt voortgezet.