ECLI:NL:RBSGR:2006:AV1440
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet onmiddellijke opheffing bewaring na rechterlijke uitspraak
Eiser was in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 met het oog op uitzetting. Op 13 januari 2006 heeft de rechtbank de opheffing van deze bewaring bevolen, waarbij de maatregel per direct moest worden opgeheven. Direct na ontvangst van de uitspraak heeft de gemachtigde van eiser contact gezocht met de Penitentiaire Inrichting en de Vreemdelingenpolitie, en de uitspraak per fax verzonden.
De feitelijke opheffing van de bewaring vond echter pas plaats op maandag 16 januari 2006 om 17.30 uur, nadat in het weekend geen overleg mogelijk was. Eiser vorderde daarom een schadevergoeding voor de periode tussen de uitspraak en de daadwerkelijke invrijheidsstelling.
De rechtbank oordeelt dat verweerder enige tijd gegund moet worden voor administratieve handelingen en dat gezien het tijdstip van ontvangst van de uitspraak (vrijdagmiddag) de eerstvolgende mogelijkheid om de bewaring op te heffen maandag 16 januari was. De feitelijke opheffing om 17.30 uur leidt niet tot een overschrijding die schadevergoeding rechtvaardigt.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af. Tevens zijn er geen aanwijzingen voor het toewijzen van proceskosten aan een van de partijen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens de niet onmiddellijke opheffing van de bewaring wordt afgewezen.