ECLI:NL:RBSGR:2006:AV2215
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging vrijheidsontnemende maatregel wegens ontbrekende toegangsweigering
Eiser arriveerde op 31 december 2005 op Schiphol en werd aangehouden op verdenking van mensensmokkel. Verweerder stelde dat aan eiser op die datum de toegang tot Nederland was geweigerd, waarop de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 Vw Pro werd gebaseerd. De rechtbank stelde vast dat verweerder geen schriftelijk besluit tot toegangsweigering had genomen en onvoldoende bewijs had geleverd dat de toegangsweigering daadwerkelijk had plaatsgevonden. De overgelegde incidentnotitie was vaag en onduidelijk, en de rechtsmiddelenfolder was niet gedateerd en niet aan eiser uitgereikt.
Eiser was gedurende de periode van 31 december 2005 tot 3 januari 2006 in verzekering gesteld en gedetineerd, waarna hem op 3 januari 2006 de maatregel werd opgelegd. De rechtbank oordeelde dat omdat eiser niet op 31 december was geweigerd, de maatregel op 3 januari niet rechtsgeldig kon worden opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard en de maatregel opgeheven.
Daarnaast werd het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de toegangsweigering van 3 januari 2006 afgewezen, omdat deze toegangsweigering niet had plaatsgevonden. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en de griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven wegens het ontbreken van een geldige toegangsweigering.