ECLI:NL:RBSGR:2006:AV2324
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inmenging in gezinsleven bij weigering verblijfsvergunning regulier
Eiser, een burger van Servië en Montenegro, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als doel verblijf bij zijn minderjarige zoon en arbeid in loondienst. De aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat tussen eiser en zijn zoon sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Hoewel het bestreden besluit niet strekte tot intrekking van een verblijfstitel, vormde de weigering van de vergunning feitelijk een inmenging in het recht op respect voor het gezinsleven. De rechtbank volgde de jurisprudentie dat het doel van de eerdere verblijfstitel niet doorslaggevend is, maar het feit dat een verblijfstitel eerder was verleend waardoor gezinsleven mogelijk was.
Verweerder had zich beperkt tot de vraag of er een positieve verplichting tot verblijfsaanvaarding bestond, maar had geen juiste belangenafweging gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste belangenafweging bij de weigering van de verblijfsvergunning.