ECLI:NL:RBSGR:2006:AV3948
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel op medische gronden
Eisers dienden op 13 januari 2003 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 28 Vw Pro 2000. Deze aanvragen werden aanvankelijk op 1 maart 2004 afgewezen. In beroep overlegden eisers op 15 oktober 2004 medische verklaringen waaruit bleek dat zij leden aan een ernstige vorm van PTSS. Verweerder trok daarop de eerdere besluiten in en verleende op 3 juni 2005 een verblijfsvergunning met ingang van 15 oktober 2004.
Eisers stelden dat de ingangsdatum van de vergunning op de datum van aanvraag, 13 januari 2003, had moeten worden vastgesteld. De rechtbank overwoog dat volgens artikel 44, tweede lid, Vw 2000 de vergunning wordt verleend met ingang van de datum waarop de vreemdeling heeft aangetoond aan alle voorwaarden te voldoen, maar niet eerder dan de datum van ontvangst van de aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat omdat eisers pas op 15 oktober 2004 medische bewijsstukken overlegden, die datum terecht als ingangsdatum is vastgesteld. Daarbij werd ook overwogen dat medische omstandigheden op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw 2000 met bewijs moeten worden gestaafd, in tegenstelling tot de c-grond waar dat niet vereist is. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning is terecht vastgesteld op 15 oktober 2004, de datum waarop medische bewijsstukken werden overgelegd.