ECLI:NL:RBSGR:2006:AV4318
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- S.G.M. Buys
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring van uitgeprocedeerde vreemdeling wegens misbruik bevoegdheid artikel 54 Vreemdelingenwet
Een Afghaanse vreemdeling, uitgeprocedeerd sinds augustus 2004 en met een verlopen verblijfsdocument, werd op 8 februari 2006 opgeroepen voor een zogenaamd onderzoek op het politiebureau. Kort na aankomst werd hij vreemdelingrechtelijk staandegehouden, opgehouden en in bewaring gesteld. De rechtbank beoordeelde dat de vordering op grond van artikel 54, eerste lid, sub b, Vreemdelingenwet 2000 niet bedoeld is om vreemdelingen onder de macht van uitzettingsautoriteiten te brengen, maar hier wel voor werd gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was opgelegd omdat de bevoegdheid voor een ander doel werd aangewend dan waarvoor deze is gegeven. Dit werd bevestigd met verwijzing naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Conka vs. België). Gezien de ernst van het gebrek was geen belangenafweging mogelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de maatregel per 23 februari 2006 en kende een schadevergoeding toe van €1275,- voor 15 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden proceskosten van €644,- aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: De bewaring van de uitgeprocedeerde vreemdeling is onrechtmatig verklaard en opgeheven, met toekenning van schadevergoeding.