ECLI:NL:RBSGR:2006:AV4335
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvolledig procesdossier en kennelijke verschrijving
Eiser is op 18 december 2005 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Bij beroep tegen de voortzetting van de bewaring heeft eiser tevens schadevergoeding gevorderd wegens onrechtmatigheid van de maatregel.
De rechtbank constateert een kennelijke verschrijving in het proces-verbaal omtrent het tijdstip van overdracht aan de afdeling Vreemdelingenpolitie en stelt vast dat het procesdossier onvolledig is, met ontbrekende proces-verbalen van overname en gehoor. Hierdoor is onvoldoende informatie beschikbaar om de rechtmatigheid van de bewaring te beoordelen.
Gelet op deze gebreken en het feit dat de bewaring door verweerder is opgeheven wegens vormfouten, oordeelt de rechtbank dat de bewaring van meet af aan onrechtmatig was. Er wordt een schadevergoeding van € 475 toegekend, gebaseerd op € 95 per dag onrechtmatige bewaring.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 644. De uitspraak is gedaan door voorzitter Baldinger en griffier Koenis op 4 januari 2006.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bewaring onrechtmatig was en kent een schadevergoeding van € 475 toe.