ECLI:NL:RBSGR:2006:AV5234
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Bennekom
- C.P.E. Meewisse
- H.B. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende beoordeling geloofwaardigheid asielrelaas
Eisers, Syrische asielzoekers, vroegen een verblijfsvergunning aan op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees de aanvragen af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, mede gebaseerd op het toerekenbaar ontbreken van documenten.
Eisers voerden aan dat het arrest-Saïd van het EHRM een minder strenge toets hanteert voor ongedocumenteerde asielzoekers en dat de Nederlandse bestuursrechter deze jurisprudentie onvoldoende heeft gevolgd. De rechtbank overwoog dat het EHRM een andere beoordelingswijze hanteert dan de Nederlandse bestuursrechter, maar dat na het arrest-Saïd de EHRM-toetsing doorslaggevend moet zijn.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte volstond met een beoordeling van de positieve overtuigingskracht zonder de beoordelingswijze van het EHRM te volgen. Ook werd verweerder verweten onvoldoende onderzoek te hebben gedaan naar de authenticiteit van het overgelegde arrestatiebevel en onvoldoende gemotiveerd te hebben geoordeeld over de geloofwaardigheid van het relaas.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen tien weken een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunning worden vernietigd.