ECLI:NL:RBSGR:2006:AV5436
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging terugkeer minderjarige naar Spanje wegens worteling in Nederland
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een kort geding waarin eisers, bestaande uit de moeder en grootouders van een minderjarig kind, vorderden dat de tenuitvoerlegging van een onherroepelijke beschikking tot terugkeer van het kind naar Spanje werd geschorst. De beschikking was eerder door de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof bevestigd, waarbij het kind onrechtmatig uit Spanje was meegenomen.
Eisers stelden dat het kind inmiddels ruim twee jaar in Nederland verblijft, geworteld is in de Nederlandse samenleving en dat terugkeer een noodtoestand zou veroorzaken. De Centrale Autoriteit voerde verweer dat er geen nieuwe feiten waren die schorsing rechtvaardigen en betwistte de ontvankelijkheid van eisers.
De voorzieningenrechter verleende verstek tegen de vader, verwierp het verweer van de Centrale Autoriteit over de ontvankelijkheid en oordeelde dat de worteling van het kind in Nederland een relevante nieuwe omstandigheid is. Dit rechtvaardigt volgens de rechtbank een schorsing van de tenuitvoerlegging voor de duur van een jaar, zodat een bodemprocedure kan worden gestart.
De rechtbank veroordeelde gedaagden in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De schorsing geldt totdat een definitieve uitspraak is gedaan of na verloop van een jaar, waarna verlenging kan worden gevraagd.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de terugkeer van het kind naar Spanje wordt geschorst voor de duur van een jaar wegens zijn worteling in Nederland.