ECLI:NL:RBSGR:2006:AV6494
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning gezinshereniging wegens ontbreken mvv
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel gezinshereniging bij zijn vader. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), zoals vereist volgens de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om de behandeling van het bezwaar in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter overweegt dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een eerdere uitspraak van 12 mei 2005 (nr. 1872/04) de klacht van een vreemdeling over het mvv-vereiste ontvankelijk heeft verklaard, hetgeen aanleiding geeft tot twijfel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Verweerder heeft niet inhoudelijk gereageerd op de op artikel 8 EVRM Pro gebaseerde bezwaren van verzoeker.
De voorzieningenrechter maakt een belangenafweging en komt tot het oordeel dat het belang van verzoeker bij het afwachten van de bezwaarprocedure zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij handhaving van het besluit. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoeker.
De uitspraak is gedaan door rechter W.M.P.M. Weerdesteijn en griffier S.R. Jonkergouw en is uitgesproken op 7 maart 2006 in het openbaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt toegewezen en de kosten worden vergoed.