ECLI:NL:RBSGR:2006:AV7588
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake rechtmatig verblijf tijdens asielprocedure en tijdsverloopbeleid
Verzoeker heeft op 14 oktober 1999 een tweede asielaanvraag ingediend, die door verweerder is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en later beroep ingesteld. De rechtbank heeft op 7 juli 2005 het beroep gegrond verklaard, waardoor het bezwaar opnieuw werd geopend. Verweerder weigerde vervolgens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'tijdsverloop in de asielprocedure'.
De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker rechtmatig verblijf heeft gehad gedurende de periode van 17 oktober 1999 respectievelijk 12 november 1999 tot 10 augustus 2001, en daarmee of het driejarenbeleid van toepassing is. Verweerder stelt dat de gegrondverklaring van het beroep slechts terugwerkt tot de datum van het beroepschrift (10 augustus 2001), terwijl verzoeker betoogt dat het gehele bezwaarproces vanaf 12 november 1999 moet meetellen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker gedurende de periode van 12 november 1999 tot 10 augustus 2001 rechtmatig verblijf heeft gehad, omdat verweerder bij schrijven van 29 juni 2004 heeft meegedeeld dat verzoeker het bezwaar in Nederland mag afwachten. Dit betekent dat uitzetting achterwege moet blijven op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000. Het beleid dat de terugwerking van de gegrondverklaring van het beroep beperkt is tot de datum van het beroepschrift, is hier niet van toepassing.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verweerder wordt verboden verzoeker uit te zetten tot vier weken na uitspraak op het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen als de partij die het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na uitspraak op het beroep.