ECLI:NL:RBSGR:2006:AV8371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.C. Dedel-van Walbeek
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde oppaswerkzaamheden
Eiseres ontving bijstand en verrichtte vanaf 1999 regelmatig oppaswerkzaamheden zonder dit aan de gemeente te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. De gemeente Den Haag herzag haar recht op bijstand en vorderde een bedrag van bijna €30.000 terug, met daarnaast een boete van €2.269 opgelegd.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij niet verplicht was tot terugvordering vanwege dringende redenen en dat de hoogte van het terugvorderingsbedrag onjuist was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de oppaswerkzaamheden een economische waarde vertegenwoordigen en dat de gemeente terecht rekening hield met een fictief inkomen. Wel erkende de rechtbank dat het terugvorderingsbedrag niet correct was berekend en bepaalde dat dit bedrag opnieuw moest worden vastgesteld.
Met betrekking tot de boete oordeelde de rechtbank dat deze terecht was opgelegd en verlaagd volgens de gunstigere Maatregelenverordening. Er waren geen dringende redenen om van de boete af te zien. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten ten gunste van eiseres.
Het beroep tegen de herziening en terugvordering werd gegrond verklaard, het beroep tegen de boete ongegrond. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering bijstand is gegrond verklaard en het beroep tegen de boete ongegrond.