ECLI:NL:RBSGR:2006:AV8609
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing van vreemdelingenbewaring na langdurige detentie ondanks criminele antecedenten
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een PGA-vreemdeling tegen de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring, die op het moment van beoordeling ruim zeventien maanden duurde. Eiser heeft een lange geschiedenis van criminele antecedenten en is ongewenst verklaard. Ondanks zijn agressieve en niet meewerkende houding tijdens de procedures, oordeelt de rechtbank dat de belangenafweging nu in het voordeel van de vreemdeling uitvalt.
De rechtbank stelt vast dat de rechtmatigheid van de bewaring als zodanig al eerder is beoordeeld en dat nu alleen de redelijkheid van voortzetting aan de orde is. Jurisprudentie wijst erop dat na zes maanden bewaring het belang van de vreemdeling om vrij te zijn doorgaans zwaarder weegt dan het belang van de overheid. Hoewel uitzonderingen mogelijk zijn bij zware antecedenten en obstructief gedrag, vindt de rechtbank dat na ruim zeventien maanden de bewaring niet langer gerechtvaardigd is.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, maar de rechtbank veroordeelt de verweerder in de proceskosten van de eiser, vastgesteld op € 644,-. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op na ruim zeventien maanden detentie ondanks zware criminele antecedenten.