ECLI:NL:RBSGR:2006:AV8697
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening mvv-aanvraag Bulgaarse zelfstandige prostituee en toetsing openbare orde criterium
Verzoekster, een Bulgaarse onderdaan, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om als zelfstandige prostituee te werken. De minister wees de aanvraag af op grond van een eerdere veroordeling wegens bezit van een vals reisdocument en stelde dat zij een gevaar vormde voor de openbare orde. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om behandeld te worden alsof zij in het bezit was van een mvv, dan wel om een termijn voor een beslissing op het bezwaar.
De voorzieningenrechter overwoog dat het beleid gewijzigd was waarbij het communautaire openbare orde criterium volgens het gewijzigde beleid alleen bij verblijfsbeëindiging zou gelden, maar verwees nog steeds naar een beleidsregel waarin dit criterium ook bij toelating van toepassing is. De rechter stelde vast dat het recht van verzoekster direct voortvloeit uit het EG-recht en jurisprudentie van het Hof van Justitie (arrest Jany), en dat de minister ten onrechte het nationale openbare orde beleid had toegepast.
Hoewel het verzoek om behandeld te worden alsof zij een mvv had niet kon worden toegewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid over andere voorwaarden, werd het belang van verzoekster bij een spoedige beslissing op het bezwaarschrift erkend. De minister werd opgedragen binnen twee weken te beslissen. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van het communautaire openbare orde criterium en het gelijkheidsbeginsel bij beslissingen over mvv-aanvragen van onderdanen van associatielanden.
Uitkomst: De voorzieningenrechter draagt de minister op binnen twee weken te beslissen op het bezwaarschrift en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe.