ECLI:NL:RBSGR:2006:AV8712
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid asielrelaas
Verzoeker, een Iraanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 16 maart 2006 een asielaanvraag in die door verweerder op 21 maart 2006 werd afgewezen. Verzoeker stelde beroep in tegen deze afwijzing en vroeg tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het asielrelaas onvoldoende heeft beoordeeld op hoofdlijnen innerlijke consistentie en samenhang met de algemene situatie in Iran. In plaats daarvan werd elk onderdeel afzonderlijk beoordeeld zonder duidelijkheid welke feiten als vaststaand werden aangenomen en welke onderdelen essentieel waren voor de geloofwaardigheid van het geheel.
Daarmee ontbrak het aan een kenbare motivering, wat in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak werd beslist.
Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten, die aan de griffier moesten worden betaald, en de Staat der Nederlanden werd aangewezen als de rechtspersoon die het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de geloofwaardigheid van het asielrelaas.