ECLI:NL:RBSGR:2006:AV8799
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op vergoeding proceskosten wegens onrechtmatige weigering verblijfssticker
Eiseres diende op 3 december 2003 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij partner, welke op 13 juli 2005 werd afgewezen. Eiseres had bezwaar gemaakt tegen het niet verstrekken van een verblijfssticker, een document dat het rechtmatig verblijf aantoont. De rechtbank oordeelt dat de weigering van de verblijfssticker een feitelijke handeling is die gelijkstaat aan een beschikking en dat deze weigering onrechtmatig was.
De rechtbank constateert dat verweerder het besluit om geen verblijfssticker te verstrekken vóór 25 mei 2005 heeft herroepen en dat eiseres tussen 3 december 2003 en 13 juli 2005 aanspraak had op de verblijfssticker. De onrechtmatigheid van de weigering is aan verweerder toe te rekenen. Eiseres heeft vervolgens een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten die zij in bezwaar en beroep heeft gemaakt.
De rechtbank stelt vast dat aan de voorwaarden van artikel 7:15 Awb Pro is voldaan en dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld door de sticker te weigeren. Daarom wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van zowel de bezwaar- als beroepsprocedure, begroot op €966,-, en tot vergoeding van het griffierecht van €138,-. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens onrechtmatige weigering van een verblijfssticker.