ECLI:NL:RBSGR:2006:AV9069

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
21 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 04/44477
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking bestreden besluit in voorlopige voorziening vreemdelingenrecht

Verzoekster heeft op 7 oktober 2004 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van 14 september 2004 waarin haar bezwaar tegen de weigering van een aanvraag tot wijziging van een beperking werd ongegrond verklaard. Op 30 mei 2005 heeft de Minister het bestreden besluit ingetrokken, waarna verzoekster op 27 juni 2005 haar verzoek om voorlopige voorziening introk en verzocht om proceskostenveroordeling.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de intrekking van het besluit niet gelijkgesteld kan worden met situaties waarin uitvoering van het besluit wordt opgeschort of voorlopige maatregelen worden genomen. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding. Gezien het feit dat verzoekster geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen, wordt het verzoek om proceskostenveroordeling toegekend.

De voorzieningenrechter veroordeelt de Minister in de proceskosten van € 322,- en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die het betaalde griffierecht van € 136,- aan verzoekster dient terug te betalen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De Minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 322,- en de Staat der Nederlanden moet het griffierecht van € 136,- aan verzoekster vergoeden.

Uitspraak

Voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
vreemdelingenkamer
nevenzittingsplaats Rotterdam
__________________________________________________
UITSPRAAK
__________________________________________________
Reg.nr.: AWB 04/44477, V-nummer [v-nummer]
Inzake : [verzoekster], verzoekster,
gemachtigde mr. E.J.M. Habets, advocaat te Schiedam,
tegen : de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder.
I. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:83, derde lid, en de artikelen 8:84, vierde lid in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, en 8:75, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de kosten die de indiener van het verzoek om een voorlopige voorziening in verband met de behandeling daarvan redelijkerwijs heeft moeten maken, indien de indiener het verzoek heeft ingetrokken omdat geheel of gedeeltelijk aan hem is tegemoetgekomen en hij bij intrekking om veroordeling in de kosten heeft verzocht.
2.1. Op 7 oktober 2004 heeft verzoekster een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Op 30 mei 2005 heeft verweerder alsnog het bestreden besluit van 14 september 2004 ingetrokken, welk besluit strekte tot ongegrondverklaring van het bewaar tegen de weigering van de aanvraag tot wijziging van de beperking.
Hierop heeft verzoekster op 27 juni 2005 het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken. Daarbij heeft zij verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
2.2. Bij brief van 3 augustus 2005 is verweerder in de gelegenheid gesteld binnen drie weken op dit verzoek te reageren. Verweerder heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
3. Door verweerder is niet bestreden dat geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling derhalve, als zijnde kennelijk gegrond, toe.
4. De voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten zijn overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 322,- (1 punt voor het verzoekschrift, wegingsfactor 1).
Aangezien ten behoeve van verzoekster een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient de betaling van dit bedrag ingevolge artikel 8:75, tweede lid van de Awb te geschieden aan de griffier van de rechtbank.
5. Verweerder heeft het bestreden besluit ingetrokken. Die omstandigheid kan niet gelijkgesteld worden met de in artikel 8:82, derde lid van de Awb genoemde situaties waarbij de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure in de hoofdzaak wordt opgeschort of de gevraagde voorlopige maatregelen worden genomen. Derhalve wijst de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:82, vierde lid van de Awb de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die aan verzoekster het betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,- dient terug te betalen.
II. BESLISSING
De voorzieningenrechter:
RECHT DOENDE:
1. veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 322,- onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten dient te vergoeden en aan de griffier dient te betalen;
2. gelast dat de Staat der Nederlanden als rechtspersoon het door verzoekster betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,- vergoedt.
Aldus gedaan door mr. E.M.M. Engbers, voorzieningenrechter, en uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2006, in tegenwoordigheid van K.A. Dos Santos, griffier.
de griffier,
de voorzieningenrechter,
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op: