ECLI:NL:RBSGR:2006:AV9069
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking bestreden besluit in voorlopige voorziening vreemdelingenrecht
Verzoekster heeft op 7 oktober 2004 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van 14 september 2004 waarin haar bezwaar tegen de weigering van een aanvraag tot wijziging van een beperking werd ongegrond verklaard. Op 30 mei 2005 heeft de Minister het bestreden besluit ingetrokken, waarna verzoekster op 27 juni 2005 haar verzoek om voorlopige voorziening introk en verzocht om proceskostenveroordeling.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de intrekking van het besluit niet gelijkgesteld kan worden met situaties waarin uitvoering van het besluit wordt opgeschort of voorlopige maatregelen worden genomen. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding. Gezien het feit dat verzoekster geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen, wordt het verzoek om proceskostenveroordeling toegekend.
De voorzieningenrechter veroordeelt de Minister in de proceskosten van € 322,- en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die het betaalde griffierecht van € 136,- aan verzoekster dient terug te betalen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De Minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 322,- en de Staat der Nederlanden moet het griffierecht van € 136,- aan verzoekster vergoeden.