ECLI:NL:RBSGR:2006:AV9075

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
21 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 05/17099
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht en onbekend adres eiser

Eiser heeft op 16 april 2005 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen een besluit van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. De rechtbank heeft eiser bij brief aan zijn gemachtigde geïnformeerd over de verschuldigde griffierechten van €138,-, welke niet binnen de gestelde termijn zijn voldaan.

Tijdens de procedure is gebleken dat de gemachtigde van eiser in voorlopige hechtenis is en dat het adres van eiser zelf niet bekend is. Pogingen van de rechtbank om het adres van eiser te achterhalen via de raadsman van de gemachtigde en verweerder leverden geen resultaat op. Eiser staat niet ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).

De rechtbank concludeert dat eiser in verzuim is bij de betaling van het griffierecht en dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank voortzetting van het onderzoek niet nodig en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en onbekend adres van eiser.

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
vreemdelingenkamer, enkelvoudig
nevenzittingsplaats Rotterdam
__________________________________________________
UITSPRAAK
__________________________________________________
Reg.nr.: AWB 05/17099 BEPTDN, V-nummer [v-nummer]
Inzake : [eiser], eiser,
gemachtigde R.H. de Vries,
tegen: de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder.
I. OVERWEGINGEN
1. Op 16 april 2005 heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
2. Ingevolge artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is danwel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
3. De rechtbank acht in dit geval termen aanwezig toepassing te geven aan deze bepaling. Zij overweegt daartoe het volgende.
4. Ingevolge artikel 8:41 van Pro de Awb heeft de griffier eiser bij brief aan de gemachtigde van eiser meegedeeld dat hij een recht van € 138,-- verschuldigd is. Bij aangetekende brief van 22 juni 2005 is eiser aangemaand om dit bedrag binnen vier weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de rechtbank bijgeschreven dan wel ter griffie gestort.
Bij brief van 16 juni 2005 is door de raadsman van de gemachtigde medegedeeld dat de gemachtigde van eiser zich in voorlopige hechtenis bevindt en zijn dossiers onderwerp van onderzoek zijn. De gemachtigde is derhalve niet in staat om zijn taak als gemachtigde uit de oefenen, aldus zijn raadsman.
Omdat het adres van eiser niet bekend was in het dossier heeft de rechtbank contact opgenomen met de raadsman van de gemachtigde teneinde het adres van eiser te achterhalen.
Inmiddels is gebleken dat een nieuwe raadsman optreedt voor de gemachtigde. De nieuwe raadsman van de gemachtigde heeft de rechtbank medegedeeld alleen op de hoogte te zijn van de strafzaak en geen informatie te kunnen verstrekken over de vreemdelingendossiers.
De rechtbank heeft vervolgens contact opgenomen met verweerder met de vraag of het adres van eiser bij hem bekend was. Verweerder heeft de rechtbank medegedeeld alleen het correspondentieadres (het adres van de gemachtigde) van eiser te hebben. Eiser staat daarbij niet ingeschreven in de GBA.
De rechtbank stelt vast dat niet alleen eiser geen contact heeft gezocht met de rechtbank over de onderhavige procedure doch dat dit tevens geldt voor de gemachtigde en zijn raadsman.
Nu de rechtbank - ondanks onderzoek daartoe – alleen bekend is met het adres van de gemachtigde van eiser, de brief terzake van de betaling van het griffierecht naar dat adres is gestuurd, kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest bij de betaling van het griffierecht. Het beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van het onderzoek niet nodig is omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank sluit het onderzoek en beslist zoals hieronder is aangegeven.
6. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
II. BESLISSING
De rechtbank 's-Gravenhage,
RECHT DOENDE:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gedaan door mr. D.H. Hamburger, rechter, en uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2006, in tegenwoordigheid van K.A. Dos Santos, griffier.
de griffier,
de rechter,
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Afschrift verzonden op: