ECLI:NL:RBSGR:2006:AW2472
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs artikel 1F Vreemdelingenverdrag
Eiser, van Armeense nationaliteit, diende op 13 november 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser zich schuldig zou hebben gemaakt aan ernstige niet-politieke misdrijven tijdens zijn werkzaamheden als plaatsvervangend hoofd van de recherche bij de militaire politie in Jerevan tussen 1997 en 2000.
De rechtbank beoordeelde de aangehaalde rapportages en ambtsberichten die mishandeling door de (militaire) politie vermeldden, maar concludeerde dat deze informatie onvoldoende was om eiser persoonlijk verantwoordelijk te houden. De rapportages betroffen vaak periodes waarin eiser niet werkzaam was en maakten onvoldoende onderscheid tussen militaire politie en andere diensten. Tevens bracht eiser concrete twijfel aan over de juistheid van het individuele ambtsbericht, onderbouwd met niet ingevulde oproepformulieren van het Openbaar Ministerie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld door niet nader onderzoek te verrichten naar de juistheid van het ambtsbericht en dat het besluit daarom vernietigd moest worden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en onvoldoende zorgvuldig onderzoek, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.