ECLI:NL:RBSGR:2006:AW2569
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens ontbreken bewijs aangetekende verzending
Bij besluit van 12 februari 2004 werd de aan eiser verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken. Eiser maakte op 1 juli 2004 bezwaar, maar dit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode. Verweerder stelde dat het besluit op 20 februari 2004 aangetekend naar het laatst bekende adres van eiser was verzonden, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
Eiser betwistte de ontvangst en de aangetekende verzending van het besluit. De rechtbank oordeelde dat het verzendstempel op het uitreikingsblad onvoldoende bewijs is van aangetekende verzending. Ook was niet aannemelijk dat het besluit per gewone post was verzonden. Een kopie van het besluit werd pas op 16 juni 2004 naar de gemachtigde van eiser gestuurd, waarna tijdig bezwaar werd gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werden verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten en het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens ontbreken van bewijs van aangetekende verzending.