ECLI:NL:RBSGR:2006:AW5406
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste geloofwaardigheidstoets
Eiser, afkomstig uit Niger, vroeg in 2001 asiel aan in Nederland vanwege vervolging na zijn bekering tot het Christendom. Na een eerdere vernietiging van een afwijzingsbesluit in 2005, wees verweerder opnieuw de aanvraag af op 30 juni 2005. Verweerder stelde dat het asielrelaas van eiser niet geloofwaardig was omdat het ontbeerde aan positieve overtuigingskracht, ondanks dat geen negatieve omstandigheden uit artikel 31, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet aan zijn eigen beleid hield, dat inhoudt dat bij afwezigheid van de in artikel 31, tweede lid, genoemde omstandigheden het relaas aan minder strenge eisen moet voldoen om geloofwaardig te zijn. Verweerder gebruikte onterecht een strenger toetsingskader, wat strijdig is met artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter Potters op 27 april 2006.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van het toetsingskader en verweerder moet een nieuw besluit nemen.