ECLI:NL:RBSGR:2006:AW6143
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergrijpboetes wegens niet-toerekening opzet accountant aan belastingplichtige
Eiser exploiteerde een restaurant en sloot in 2001 een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst naar aanleiding van een boekenonderzoek. In de aangifte 2001 werd een nageheven bedrag ten onrechte in mindering gebracht op de winst, waarna navorderingsaanslagen en vergrijpboetes werden opgelegd.
Eiser betwistte de boetes en stelde dat de accountant verantwoordelijk was voor de onjuiste aangifte, waarop hij in redelijkheid mocht vertrouwen. De rechtbank oordeelde dat eiser gebonden was aan de vaststellingsovereenkomst en dat de boetes alleen opgelegd kunnen worden bij opzet of grove schuld van eiser zelf.
De rechtbank achtte aannemelijk dat eiser de aangifte niet had ingezien en niet hoefde te twijfelen aan de juistheid ervan. Het voorwaardelijke opzet van de accountant kan niet aan eiser worden toegerekend. Daarom werden de boetebeschikkingen vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vergrijpboetes zijn vernietigd omdat het voorwaardelijke opzet van de accountant niet aan eiser kan worden toegerekend.