ECLI:NL:RBSGR:2006:AW6945
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.M. Smelt
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- C.C. Dedel-van Walbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling declaratiegeschil tussen eiser en notaris over kosten en bevoegdheid besluit
Eiser verzocht de rechtbank om een bedrag van €558,62 van een notarisdeclaratie te verwijderen en terug te betalen. De notaris had werkzaamheden verricht die noodzakelijk waren voor de levering van een woning, waaronder een verklaring van erfrecht. Verweerder, de voorzitter van het bestuur van de ring ’s-Gravenhage van de KNB, had het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de declaratie gehandhaafd.
De rechtbank oordeelde dat de plaatsvervangend voorzitter bevoegd was om het besluit te nemen zonder mandaat, omdat hij in de hoedanigheid van voorzitter handelde. De rechtbank vond dat de declaratie terecht niet werd aangepast, omdat de kosten voor de noodzakelijke werkzaamheden binnen de opdracht vielen en de notaris voldaan had aan zijn informatieplicht. De brief van de notaris waarin werd aangegeven dat kosten hoger konden uitvallen en dat eiser daarvan op de hoogte zou worden gesteld, werd gezien als een uitwerking van de informatieplicht en niet als een aanvullende verplichting.
Verder concludeerde de rechtbank dat het niet relevant was wanneer de notaris precies wist dat een verklaring van erfrecht nodig was. Er waren geen feiten of omstandigheden die het besluit van verweerder konden ondermijnen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot handhaving van de notarisdeclaratie wordt ongegrond verklaard.