ECLI:NL:RBSGR:2006:AW7447
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond verklaard tegen dwangmedicatie bij gedwongen opname psychiatrisch centrum
Verzoeker, gedwongen opgenomen in een psychiatrisch centrum op grond van een voorlopige machtiging, heeft een klacht ingediend tegen het behandelteam vanwege de voorgenomen dwangmedicatie. De klachtencommissie van het ziekenhuis had deze klacht ongegrond verklaard, waarna verzoeker zich tot de rechtbank wendde.
De rechtbank toetste de klacht aan artikel 38 lid 5 Wet Pro BOPZ, dat vereist dat dwangmedicatie alleen mag worden toegepast indien dit volstrekt noodzakelijk is om gevaar voor de patiënt zelf of anderen af te wenden. Uit de stukken en de zitting bleek dat verzoeker een psychotische stoornis en middelenmisbruik heeft, maar dat het ziekenhuis geen concreet gevaar kon aantonen dat zich binnen het ziekenhuis manifesteert.
De rechtbank oordeelde dat verbale agressie en bedreigingen geen rechtvaardiging zijn voor dwangmedicatie. Ook werd vastgesteld dat de dwangmedicatie nog niet was toegepast. De klacht werd daarom gegrond verklaard. Een dwangsom werd niet opgelegd en een schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van immateriële schade. De rechtbank benadrukte dat het weigeren van medicatie kan leiden tot een langdurige opname en verslechtering van de toestand.
Uitkomst: De klacht tegen het voorgestelde dwangmedicatiebehandelplan is gegrond verklaard en verdere verzochte maatregelen zijn afgewezen.