ECLI:NL:RBSGR:2006:AW9816
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.G. Kok
- Rechtspraak.nl
Biologische ouders niet-ontvankelijk in verzoek omgangsregeling en informatieplicht na adoptie
De biologische moeder heeft kort na de geboorte haar twee minderjarige kinderen afgestaan ter adoptie aan adoptiefouders. De biologische ouders verzochten de rechtbank om vaststelling van een omgangsregeling en een informatie- en consultatieregeling met betrekking tot de minderjarigen. Zij beroepen zich hierbij op diverse wettelijke bepalingen waaronder de artikelen 1:377a, 1:377f en 1:377b BW, alsmede op artikel 8 EVRM Pro en artikel 7 IVRK Pro.
De adoptiefouders stelden zich op het standpunt dat de biologische ouders niet ontvankelijk zijn in hun verzoek, omdat de familierechtelijke betrekking door de adoptie is opgehouden te bestaan en er geen sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking. De rechtbank oordeelde dat de biologische moeder niet langer de juridische ouder is en dat de biologische vader, ook gelet op het ontbreken van erkenning en contact, geen nauwe persoonlijke betrekking heeft opgebouwd.
Op grond van artikel 1:377a BW kan de rechtbank de biologische moeder niet ontvangen in haar verzoek, en op grond van artikel 1:377f BW kan de biologische vader niet worden ontvangen vanwege het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 7 IVRK Pro faalt, omdat er geen family life bestaat tussen de biologische ouders en de minderjarigen.
Daarnaast is de biologische moeder ontheven van het ouderlijk gezag en is het gezag over de minderjarigen toegekend aan de adoptiefouders, die ook verantwoordelijk zijn voor informatievoorziening. De rechtbank verklaarde de biologische ouders daarom niet-ontvankelijk in hun verzoek tot vaststelling van omgangsregeling en informatie- en consultatieregeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de biologische ouders niet-ontvankelijk in hun verzoek tot vaststelling van omgangs- en informatie- en consultatieregeling.