ECLI:NL:RBSGR:2006:AX1348
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.A.C. Hofman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek identiteit
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende op 28 december 2005 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 3 februari 2006 af, onder meer op grond van het ontbreken van geloofwaardige identiteits- en nationaliteitsdocumenten en onvoldoende onderbouwing van het asielrelaas.
Verzoeker overhandigde na het voornemen authentieke Iraakse documenten, waaronder een paspoort en een nationale identiteitskaart, die door de Koninklijke Marechaussee als onvervalst werden beoordeeld. Desondanks hield verweerder vast aan de afwijzing op basis van een ambtsbericht dat stelde dat Iraakse documenten gemakkelijk illegaal verkrijgbaar zijn. De rechtbank oordeelde dat dit geen redelijke grond is om de authenticiteit van de overgelegde documenten te betwijfelen.
Daarnaast stelde verweerder dat de verklaringen van verzoeker over zijn woonomgeving in Baghdad ongeloofwaardig waren, mede vanwege onjuiste beschrijvingen. Verzoeker gaf aan zich om veiligheidsredenen vooral in zijn eigen wijk te hebben opgehouden en overhandigde diverse documenten ter ondersteuning van zijn identiteit en nationaliteit.
De rechtbank vond dat verweerder had moeten overgaan tot aanvullend onderzoek, zoals een aanvullend gehoor of een taalanalyse, alvorens de nationaliteit ongeloofwaardig te verklaren. Het nalaten hiervan leidde tot schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak werd beslist.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.