ECLI:NL:RBSGR:2006:AX1923
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor visum om strafzaak bij te wonen
Verzoeker diende twee aanvragen in voor een visum voor kort verblijf, beide geweigerd door de Minister van Buitenlandse Zaken. Tegen deze besluiten maakte verzoeker bezwaar. Omdat de strafzaak waarin verzoeker verdachte is op 6 juni 2006 in hoger beroep behandeld zou worden, verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om het visum te verkrijgen en de zitting bij te wonen.
De voorzieningenrechter erkende dat de voorlopige voorziening in principe niet bedoeld is voor onomkeerbare maatregelen, maar achtte in dit geval het belang van verzoeker om aanwezig te zijn bij de strafzaak zo groot dat een uitzondering gerechtvaardigd was. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van verzoeker ondergeschikt zou moeten zijn.
De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening toe voor het visum van 1 juni tot 7 juni 2006, stelde een dwangsom in voor het geval verweerder niet zou voldoen, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten. Het verzoek tegen het tweede besluit werd afgewezen omdat het belang van verzoeker inmiddels was komen te vervallen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening voor visum wordt toegewezen zodat verzoeker de strafzaak in hoger beroep kan bijwonen.