ECLI:NL:RBSGR:2006:AX2779
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. van Es - de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Eiseres had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke aanvankelijk op 27 mei 2004 werd afgewezen. Dit besluit werd door de rechtbank vernietigd omdat het relaas als geloofwaardig werd beschouwd. Na aanvullend horen op 1 september 2004 en 6 juni 2005 wees verweerder de aanvraag opnieuw af op 23 september 2005, ditmaal vanwege de ongeloofwaardigheid van het relaas.
Eiseres stelde dat deze nieuwe afwijzing onrechtmatig was omdat verweerder zich baseerde op dezelfde feiten en omstandigheden als bij het vernietigde besluit, zonder dat er nieuwe of tegenstrijdige informatie was toegevoegd. De rechtbank oordeelde dat het voor verweerder niet was toegestaan om zonder nieuwe feiten alsnog het relaas ongeloofwaardig te achten, omdat dit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Verweerder verwees naar jurisprudentie waarin een minister na vernietiging een nieuw oordeel mag vormen als er nieuwe tegenstrijdigheden in verklaringen zijn, maar in deze zaak was geen sprake van nieuwe informatie. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €644,-. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit van 23 september 2005 vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.