ECLI:NL:RBSGR:2006:AX2932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wegens gevaar voor nationale veiligheid
Verzoeker, een Libische nationaliteit dragende asielzoeker, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning in Nederland. Na diverse bezwaarprocedures en beroepen heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op basis van een individueel ambtsbericht van de AIVD van 9 februari 2005 geconcludeerd dat verzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
De voorzieningenrechter heeft inzage gehad in de onderliggende stukken van het ambtsbericht en oordeelt dat de conclusies daarin zorgvuldig en inhoudelijk inzichtelijk zijn. Verzoeker heeft geen concrete feiten of omstandigheden gesteld die aannemelijk maken dat hij bij terugkeer naar Libië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Zijn verwijzingen naar algemene situaties en verdenkingen zijn onvoldoende.
Verder is vastgesteld dat de belangenafweging tussen de bescherming van de nationale veiligheid en het familie- en gezinsleven van verzoeker rechtvaardigt dat de ongewenstverklaring gehandhaafd blijft. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, maar de bewijspositie is lastig door de geheimhouding van de AIVD.
De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de ongewenstverklaring. Er is geen aanleiding voor kostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoeker wordt geen verblijfsvergunning verleend en de ongewenstverklaring blijft gehandhaafd wegens gevaar voor de nationale veiligheid.