ECLI:NL:RBSGR:2006:AX4206
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H.J.G. Brekelmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van traumabeleid wegens onvoldoende causaal verband
Eiser, afkomstig uit de Republiek Congo, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij in 1997 getuige was van de moord op zijn vader en mishandeling door de Cobra-militie, wat traumatische ervaringen opleverde die hem noopten het land te verlaten. De rechtbank stelde vast dat de traumatische gebeurtenissen geloofwaardig waren, maar dat eiser pas zes jaar later zijn land verliet.
Volgens het traumabeleid moet een asielzoeker aannemelijk maken dat het vertrek binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis plaatsvond, tenzij hij kan aantonen dat hij het land niet eerder kon verlaten. Eiser kon dit causaal verband niet overtuigend aantonen, ondanks een psychiatrisch rapport dat posttraumatische stressstoornis bevestigde. Verweerder had voldoende onderzoek verricht en hoefde geen advies van het Bureau Medische Advisering in te winnen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich terecht op het standpunt kon stellen dat eiser niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning op grond van het traumabeleid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank vond het bestreden besluit zorgvuldig gemotiveerd en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.