ECLI:NL:RBSGR:2006:AX4367
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep wegens onzorgvuldige weigering verblijfsvergunning staatlozen met toepassing buitenschuldcriterium
Eisers, staatloze personen met minderjarige kinderen, verzochten om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldcriterium, zoals opgenomen in WBV 2005/11. Zij stelden dat zij buiten hun schuld niet konden worden uitgezet naar Syrië, omdat zij niet over de benodigde documenten beschikten en de Syrische autoriteiten niet meewerkten aan hun terugkeer.
Verweerder had de verblijfsvergunningen ambtshalve geweigerd, waarbij hij voorbijging aan het verzoek van eisers om bemiddeling via de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Uit een ambtsbericht van 6 september 2004 bleek dat het enige identiteitsdocument van eisers onvoldoende was voor terugkeer naar Syrië, maar dat bemiddeling door de Nederlandse overheid de Syrische autoriteiten mogelijk tot medewerking zou bewegen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bemiddelingsverzoek niet redelijkerwijs kon passeren en dat de weigering van de verblijfsvergunningen onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was in strijd met artikel 3:2 en Pro 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De beroepen werden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werden voorlopige voorzieningen getroffen om uitzetting te voorkomen totdat op bezwaar is beslist.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de verblijfsvergunningen en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.