ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6534
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning medische behandeling wegens onvoldoende motivering
Eiseres, een Eritrese vrouw, en haar minderjarige zoon vroegen in december 2002 een verblijfsvergunning aan onder de beperking 'het ondergaan van medische behandeling'. De aanvraag werd in april 2004 afgewezen, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld. In juni 2005 verleende verweerder een vergunning onder de beperking 'verblijf vanwege medische noodsituatie', maar niet onder de gevraagde medische behandeling.
De rechtbank oordeelt dat het beleid gewijzigd is met het TBV 2003/2, dat terugwerkende kracht heeft en dat het oude beleid, waarin geen deugdelijke financiering vereist was, niet als gunstiger recht kan gelden. Eiseres betoogde dat verweerder in vergelijkbare gevallen vergunningen had verleend onder het oude beleid en dat het gelijkheids- en consistentiebeginsel toepassing verdienen.
Verweerder kon dit standpunt niet gemotiveerd weerleggen. De rechtbank stelt vast dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat verweerder niet heeft toegelicht waarom in dit geval geen vergunning onder de beperking medische behandeling is verleend, terwijl dat in vergelijkbare gevallen wel gebeurde.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat aangewezen voor vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder moet binnen tien weken een nieuw besluit nemen.