ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6588
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens niet-naleving Wobka-procedure bij buitenlandse adoptie
Eiseres, een minderjarige met Turkse nationaliteit, is in Nederland zonder geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) binnengekomen na een adoptie in Turkije die niet volgens de Nederlandse Wobka-procedure is verlopen. De adoptie is ingeschreven in het gezagsregister, waardoor referente als wettelijk vertegenwoordigster wordt beschouwd, maar dit betekent niet dat de adoptie rechtsgeldig is verklaard volgens Nederlands recht.
Verweerder heeft de aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen omdat niet voldaan is aan de Wobka-procedure en het mvv-vereiste. De rechtbank oordeelt dat de aanvraag terecht niet is getoetst aan de regels voor gezinshereniging, maar aan die voor verblijf ter adoptie. De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in de afwijzing van het beroep op de hardheidsclausule, maar dit leidt niet tot toewijzing omdat de niet-naleving van de Wobka-procedure een zelfstandige grond voor afwijzing vormt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukt dat het aan de adoptanten is om de adoptie rechtsgeldig te laten verklaren door een Nederlandse rechter alvorens verblijf te verkrijgen. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en wijst het af op grond van de procedurele tekortkomingen en het ontbreken van een geldige adoptieverklaring.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege niet-naleving van de Wobka-procedure.