ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6782
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake mvv-vrijstelling en wedertoelating vreemdelingen
Verzoeksters, beiden van Turkse nationaliteit en woonachtig in Turkije, dienden bij de Nederlandse ambassade in Ankara een aanvraag in voor een inreisvisum om in Nederland een verblijfsvergunning voor wedertoelating aan te vragen. De minister kwalificeerde deze aanvragen als mvv-aanvragen, terwijl verzoeksters op grond van artikel 3.71, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 vrijgesteld zijn van het mvv-vereiste.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de minister niet tijdig heeft beslist op de visumaanvragen en dat verzoeksters niet verplicht zijn een mvv-aanvraag in hun land van herkomst te doen. De minister kon niet aannemelijk maken dat het belang van het onderzoek naar de aanvragen zwaarder weegt dan het belang van verzoeksters om Nederland in te reizen.
Verder is er een spoedeisend belang, omdat verzoekster sub 2 voor haar drieëntwintigste verjaardag een aanvraag moet indienen om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, en verzoekster sub 1 intensieve medische zorg nodig heeft die in Nederland beter kan worden geboden.
De voorzieningenrechter beveelt de minister binnen drie weken een voorziening te treffen zodat verzoeksters Nederland kunnen binnenreizen onder de gebruikelijke voorwaarden. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van verzoeksters.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen verzoeksters binnen drie weken in de gelegenheid te stellen Nederland in te reizen zonder mvv-aanvraag.