ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6854
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nihilstelling partneralimentatie wegens onvoldoende bewijs samenwoning
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 24 januari 2006 het verzoek van de man om de partneralimentatie aan de vrouw nihil te verklaren op grond van artikel 1:160 BW Pro, omdat de vrouw volgens hem samenwoonde met een ander als waren zij gehuwd.
De man stelde dat de vrouw ruim vóór september 2005 de echtelijke woning had verlaten en samenwoonde met de heer A, met wie zij een gemeenschappelijke huishouding voerde. Hij overlegde getuigenverklaringen en andere bewijzen ter onderbouwing van deze samenwoning.
De vrouw betwistte de samenwoning en stelde dat zij pas op 17 september 2005 de echtelijke woning verliet en alleen met haar kinderen in haar nieuwe woning verbleef. Zij overhandigde een uittreksel uit het bevolkingsregister van de heer A en getuigenverklaringen ter ondersteuning van haar standpunt.
De rechtbank oordeelde dat de stellingen van de man slechts betrekking hadden op het element 'samenwonen' en niet op de vereiste duurzame affectieve relatie en gemeenschappelijke huishouding zoals vereist volgens vaste jurisprudentie. Daarom werd het bewijsaanbod van de man ter zake niet aanvaard en het verzoek afgewezen.
Ten aanzien van de proceskosten bepaalde de rechtbank dat iedere partij haar eigen kosten draagt, conform gebruikelijke praktijk in familierechtzaken.
Uitkomst: Het verzoek tot nihilstelling van partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van samenwoning als waren zij gehuwd.