ECLI:NL:RBSGR:2006:AX8809
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak bestuursrechtelijke zaak niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Opposante heeft verzet aangetekend tegen een uitspraak van de rechtbank van 4 november 2005, waarin haar beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag ongegrond werd verklaard. Bij het indienen van het verzetschrift heeft zij echter geen gronden van het verzet vermeld.
De rechtbank heeft opposante tweemaal uitstel verleend om de gronden van het verzet in te dienen, maar na het derde verzoek om uitstel op 28 februari 2006 geweigerd. Binnen de gestelde termijn heeft opposante geen reactie gegeven.
Op grond van artikel 6:5 en Pro 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een verzetschrift de gronden van het verzet bevatten. Het ontbreken hiervan leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzet, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen. De rechtbank oordeelt dat het verzet kennelijk niet-ontvankelijk is en ziet daarom geen reden opposante te horen.
De uitspraak waartegen het verzet is gericht blijft daarmee in stand. De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden, waardoor de eerdere uitspraak in stand blijft.