ECLI:NL:RBSGR:2006:AX8997
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting naar onveilig deel Somalië
Verzoeker, afkomstig uit het onveilige deel van Somalië en behorend tot een minderheidsgroep, werd geconfronteerd met een voorgenomen uitzetting naar Somalië. Hij vroeg een voorlopige voorziening aan om deze uitzetting op te schorten totdat op zijn bezwaar tegen het uitzettingsbesluit was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de interim measures van de President van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een tijdelijke belemmering vormen voor uitzetting naar Noord-Somalië. De stelling van verweerder dat deze maatregelen niet op verzoeker van toepassing zijn vanwege zijn ongewenstverklaring, werd verworpen. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker onder de beschermde groep valt en dat uitzetting naar Somalië daarom niet kennelijk rechtmatig is.
Na belangenafweging oordeelde de voorzieningenrechter dat de belangen van verzoeker zwaarder wegen en wees het verzoek om voorlopige voorziening toe. Verzoeker mag niet worden uitgezet tot vier weken na beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en griffierechten van verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schorst de uitzetting van verzoeker naar Somalië totdat op bezwaar is beslist.