ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9221
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing geloofwaardigheid asielaanvraag christelijke geloofsovertuiging
Verzoeker, een Chinese nationaliteit dragende christen, diende een asielaanvraag in na vertrek uit China vanwege vermeende vervolging wegens zijn geloof. De minister wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van het christelijk geloof van verzoeker, mede gebaseerd op onvoldoende kennis van het christendom en het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister onvoldoende grond had om verzoekers geloofwaardigheid te verwerpen. Ondanks enkele onjuiste antwoorden op inhoudelijke vragen over het christendom, was er geen absoluut gebrek aan kennis. Ook het ontbreken van documenten werd als aan verzoeker toe te rekenen beoordeeld, maar dit was onvoldoende om het asielrelaas ongeloofwaardig te achten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak werd beslist. Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard, omdat de maatregel niet in strijd was met de Vreemdelingenwet en de belangenafweging rechtvaardigde voortzetting.
De rechtbank veroordeelde de minister in de proceskosten van verzoeker. Het hoger beroep tegen het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag staat open bij de Raad van State, maar niet tegen de voorlopige voorziening.
Uitkomst: Beroep tegen afwijzing asielaanvraag gegrond verklaard en besluit vernietigd; beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaard.