ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9394
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onjuist verblijfstatus en toekenning schadevergoeding
Eiser, met Turkse nationaliteit, werd op 1 juni 2006 staandegehouden en in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank stelde vast dat eiser tot 30 maart 2005 rechtmatig verblijf in Nederland had en dat de staandehouding en bewaring onrechtmatig waren omdat eiser zich kon legitimeren met een verblijfsaantekening. De maatregel van bewaring werd op 2 juni 2006 opgeheven nadat eiser was uitgezet.
De rechtbank oordeelde dat de informatie waarop de staandehouding was gebaseerd niet actueel was en dat de bewaring niet gerechtvaardigd was. Eiser had op het moment van staandehouding rechtmatig verblijf op grond van een lopende aanvraag en een verblijfsaantekening. De rechtbank wees erop dat de afwijzing van de aanvraag pas later op 1 juni 2006 om 16:00 uur aan eiser was uitgereikt, en dat bezwaar en voorlopige voorziening tijdig waren ingediend.
Gezien deze feiten verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en kende een schadevergoeding toe van €90 voor één dag onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van €644 aan eiser toegekend, te voldoen door de Staat der Nederlanden. De uitspraak werd gedaan door rechter D.H. Hamburger op 20 juni 2006.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe voor onrechtmatige bewaring.