ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9419
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging minderjarig kind
Eiseres vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor gezinshereniging met haar vader, de hoofdpersoon. De aanvraag werd door verweerder afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank toetste het besluit en concludeerde dat eiseres aannemelijk had gemaakt dat haar verblijf in Nederland tussen 1988 en 1996 niet illegaal was en dat zij feitelijk tot het gezin van haar vader behoorde.
Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres niet tot het gezin van haar vader zou behoren, zowel in Nederland als in Marokko. Het standpunt dat de intentie van de ouder bij verblijf van minderjarige kinderen relevant zou zijn voor het bestaan van de gezinsband, werd door de rechtbank verworpen omdat het beleid dit niet ondersteunt.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:12 Awb Pro en vernietigde het. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten en het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen.