ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9805
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- D.A. Verburg
- J.J.B. Hulst
- Rechtspraak.nl
Rente over schuld dga aan eigen BV niet aftrekbaar op belastbaar inkomen uit werk en woning
De zaak betreft een geschil over de fiscale behandeling van rente die een directeur-grootaandeelhouder (dga) verschuldigd is aan zijn eigen besloten vennootschap (BV). De dga had een schuld aan zijn BV en bracht de rente over deze schuld in aftrek op zijn belastbare inkomen uit werk en woning. De Belastingdienst weigerde deze aftrek.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse wetgeving niet voorziet in aftrek van rente over een schuld aan de eigen BV in box 1, terwijl rente die een belastingplichtige ontvangt over een lening aan zijn BV wel onder de terbeschikkingstellingsregeling valt en tot het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden behoort. De rechtbank oordeelde dat deze situaties niet feitelijk en rechtens gelijk zijn, en dat er geen sprake is van verboden discriminatie op grond van artikel 26 IVBPR Pro of artikel 14 EVRM Pro.
De rechtbank verwees naar het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 2 juni 1999, waarin een ruime beoordelingsmarge (wide margin of appreciation) aan de wetgever wordt toegekend bij fiscale ongelijke behandelingen. De rechtbank concludeerde dat de wetgever binnen deze marge is gebleven en dat de fiscale regelgeving niet in strijd is met internationale mensenrechtenverdragen.
Het beroep van de dga werd ongegrond verklaard, en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2002 werd gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de dga wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2002 wordt gehandhaafd.