ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9830
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.F. Slijpen
- D.A. Verburg
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing artikel 31 Wet OB bij verkoop onroerende zaken zonder overdracht handelszaak
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een geschil over de toepassing van artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting (Wet OB) bij de verkoop van onroerende zaken door [X] aan een agrarische ondernemer. [X] was verhuurder van onroerende zaken en verkocht grond en kassen aan een kweker. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op wegens herziening van eerder in aftrek gebrachte voorbelasting.
De kern van het geschil was of de levering kon worden aangemerkt als een overgang van een algemeenheid van goederen als bedoeld in artikel 31 Wet Pro OB, wat zou betekenen dat de levering zou zijn vrijgesteld van omzetbelasting. [X] stelde dat sprake was van overdracht van een onderneming of een zelfstandig gedeelte daarvan, terwijl de Belastingdienst betoogde dat [X] slechts onroerende zaken verhuurde en geen kwekerij exploiteerde.
De rechtbank stelde vast dat uit de koopovereenkomst en notariële akte enkel onroerende zaken waren geleverd, zonder overdracht van materiële of immateriële activa of rechten en verplichtingen. [X] had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een handelszaak of autonoom bedrijfsonderdeel had geleverd. De rechtbank volgde de uitleg van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat artikel 31 Wet Pro OB ziet op overdracht van een handelszaak of autonoom bedrijfsonderdeel, niet op de verkoop van goederen zonder meer.
Daarom oordeelde de rechtbank dat artikel 31 Wet Pro OB niet van toepassing was op deze levering. De naheffingsaanslag werd gehandhaafd en het beroep van [X] ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde niet tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van [X] wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt gehandhaafd.