ECLI:NL:RBSGR:2006:AY0189
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderbouwing gevaar huiselijk geweld en verblijfsalternatief Syrië
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, vreesde bij terugkeer naar Irak voor huiselijk geweld en eerwraak door haar broer. Zij had voorafgaand aan haar vertrek drie maanden in Syrië verbleven en stelde dat zij daar geen verblijfsrecht had. Verweerder had haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij bescherming van de autoriteiten in Irak niet kon verkrijgen en omdat zij een verblijfsalternatief in Syrië zou hebben.
De rechtbank oordeelde dat huiselijk geweld onder omstandigheden een grond voor vervolging kan zijn, maar dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij persoonlijk gevaar liep of dat het vragen om bescherming bij de autoriteiten zinloos of gevaarlijk was. Ook achtte de rechtbank de stelling van verweerder dat eiseres een verblijfsalternatief had in Syrië onvoldoende gemotiveerd, mede op basis van een verklaring van de Syrische ambassade waaruit bleek dat verblijf in Syrië voor personen met de Iraakse nationaliteit slechts op basis van juridische motieven mogelijk is.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat het beroep gegrond is. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.