ECLI:NL:RBSGR:2006:AY0293
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens Liberiaanse nationaliteit
Eiseres, van Liberiaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde dat de door eiseres overgelegde documenten, waaronder een paspoort en geboorteakte, als relevante feiten en omstandigheden in de zin van artikel 83 Vw Pro 2000 moeten worden betrokken, ondanks dat deze pas na het bestreden besluit waren verkregen.
De rechtbank stelde vast dat het voor Liberiaanse vrouwen onder de achttien jaar niet mogelijk is zelfstandig reis- of identiteitsdocumenten aan te vragen, waardoor eiseres voor haar achttiende geen bewijs kon verkrijgen. Na haar achttiende verjaardag heeft zij zich direct tot de Liberiaanse autoriteiten gewend en de benodigde documenten verkregen. Pogingen via het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk om bewijs te verkrijgen waren zonder resultaat gebleven.
Verweerder kon niet aannemelijk maken dat eiseres niet aan haar inspanningsverplichting had voldaan, mede omdat zij zonder toestemming Nederland niet mocht verlaten en de reden van intrekking van het eerdere besluit onduidelijk was. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard wegens schending van het motiveringsvereiste en werd het besluit van 30 september 2005 vernietigd. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.