ECLI:NL:RBSGR:2006:AY0316
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Verlenging verblijfsvergunning arbeid in loondienst en toetsing artikel 8 EVRM
Eiser, een vreemdeling uit Servië en Montenegro, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking 'het verrichten van arbeid in loondienst'. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet meer voldeed aan de voorwaarden, waaronder het zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan, mede door het ontvangen van een uitkering.
Eiser stelde dat het weigeren van verlenging leidde tot een schending van artikel 8 EVRM Pro, omdat hij gezinsleven onderhoudt met zijn Nederlandse zoon. De rechtbank overwoog dat hoewel eiser niet aan de voorwaarden van de Vreemdelingenwet 2000 voldeed, verweerder niet zonder nadere toetsing aan artikel 8 EVRM Pro de aanvraag had mogen afwijzen.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bepaald dat ook bij aanvragen onder de beperking arbeid in loondienst de belangen van het gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro betrokken moeten worden. Verweerder had zijn toetsingskader gewijzigd, maar de rechtbank oordeelde dat deze wijziging niet ten nadele van eiser mocht werken tijdens de lopende procedure.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.