ECLI:NL:RBSGR:2006:AY0411
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens onrechtmatige voortzetting in grenshospitium
Eiser, een Iraakse asielzoeker met een universitaire opleiding tandheelkunde, diende op 15 mei 2006 een asielaanvraag in. Na weigering van toegang tot Nederland op 14 mei 2006 werd hem op 15 mei een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, aanvankelijk in het Aanmeldcentrum Schiphol en later in het Grenshospitium te Amsterdam. De maatregel werd voortgezet met het argument dat nader onderzoek nodig was, mede vanwege een lopend 1F-onderzoek naar eisers vader, die als directeur van een Iraakse veiligheidsdienst wordt onderzocht op ernstige misdrijven.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek naar de vader geen invloed kan hebben op de asielrechten van eiser als meerderjarige zoon, aangezien hij niet afhankelijk is van zijn vader volgens artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verweerder kon ook niet aangeven welk ander onderzoek noodzakelijk was dat binnen zes weken afgerond kon worden. De voortzetting van de vrijheidsontneming op deze gronden is daarom niet gerechtvaardigd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.H.M. Bruin op 8 juni 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven.