ECLI:NL:RBSGR:2006:AY3783
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.M. Reinarz
- M.P. Meeuwisse
- F.C.J.E. van Hemert - Meeuwis
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na deelname aan criminele organisatie
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 4 juli 2006 uitspraak gedaan in een zaak tegen veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die illegale vreemdelingen oplichtte. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat terug te betalen.
Veroordeelde werkte van december 2001 tot januari 2004 voor een stichting die zich bezighield met het misleiden van vreemdelingen door valsheid in geschrift en oplichting. De rechtbank ging uit van een maandelijks salaris van €1.250, een wekelijkse vergoeding voor medicijnen van €100 en een onkostenvergoeding van €250 per maand voor bestuurslidmaatschap. De totale berekening van het netto wederrechtelijk verkregen voordeel kwam uit op €37.200.
De verdediging voerde aan dat stortingen op de bankrekening van veroordeelde bestemd waren voor creditcarduitgaven van een medeverdachte en dat veroordeelde geen inkomsten had in een bepaalde periode. De rechtbank oordeelde echter dat de stortingen niet als voordeel van veroordeelde konden worden aangemerkt en wees de verweren af. De rechtbank achtte het aannemelijk dat veroordeelde het bedrag kon betalen en wees de vordering van het Openbaar Ministerie tot betaling van €58.185 af, behalve voor het bedrag van €37.200.
De rechtbank legde de verplichting op tot betaling van €37.200 aan de Staat en wees het meer of anders gevorderde af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer in de nevenzittingsplaats Middelburg.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €37.200 aan de Staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.