ECLI:NL:RBSGR:2006:AY4145
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring wegens illegaal verblijf en niet meewerken aan uitzetting
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie legde op 27 juni 2006 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser, een Iraakse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, met het oog op uitzetting. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring rechtmatig was en of er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond. Uit de stukken en het verhoor bleek dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn terugkeer naar Irak, ondanks meerdere gesprekken en waarschuwingen. Dit vormde een objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf, rechtvaardigend de staandehouding en bewaring.
Hoewel de grondslag van het ontbreken van een geldig identiteitsdocument niet gehandhaafd kon worden, bleef de andere grondslag, het niet meewerken aan uitzetting, zwaarwegend genoeg om de bewaring te rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde verder dat er voldoende zicht was op uitzetting binnen afzienbare termijn, mede door een Memorandum of Understanding met Dubai.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank vond geen onrechtmatigheden in de procedure of de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.